Bob ter Haar is dubbel bevlogen in taal en boslandbouw. Naast Agroforestry systemen, tuigt hij voedzame ecosystemen op in de taal als Stadsdichter (2024-2027) van de City of Life Sciences Wageningen. Met zijn ritmische spoken-word performances kweekt hij smakelijk gedachtenvoer in hapklare brokken. Om je vingers bij af te likken!
Nieuwe Nachtburgermeester
Tijdens de langste nacht van het jaar, 21 december, wordt het stokje van nachtburgermeester dit jaar overgedragen van Tim Horsting naar Lars Verhoef. Op zijn agenda staat om de Wageningse nacht nieuw leven in te blazen, onder andere door een plek te regelen waar ‘s nachts feesten en activiteiten kunnen worden georganiseerd. Daar hoort natuurlijk een creatie bij van de Stadsdichter, ditmaal “iets Hip-hopperigs”
Nachtdieren
Het wordt steeds later
Een deken van duisternis vult de straten
In de nacht, dan, vallen de lichten
Je ziet enkel silhouetten geen gezichten
Dit is je stadsdichter
Je plaatselijke brandstichter
De pyromaan
Die voldaan bij wat ie aanricht blijft staan
Bij de vlammen die nu woelen
Ze brengen water, te laat dit is niet af te koelen
Gloeiend heet
Het dak gaat eraf van de keet
De hele nacht door, knapperig als cornflakes
Bij de after, alsof je ‘s ochtends vroeg ontbeet
Met de krakelende smaak-makende crackers
Ik laat de mensen gaan, volledig uit hun stekkers
Springend hoog in de lucht als dakdekkers
We maken heel die stad wakker als wekkers
Met dit lekkers, een mid-night snack
Ja ik heb schik op de track, Ik zit op m’n plek
Dit is dikker dan vet, Als dat gegrilde buikspek
Zo van de barbecue
Waar gaan we daarna dan naartoe?
Ik ben een ratjetoe, dus kom we gaan een adje doen
Effe harken, Effe tanken
Effe pilzen, de lever doordrenken
Want het leven is (ons) geschonken
Dus laten we schenken
Van Nude tot de Eng de
Engste zijn wij met verre lengte
Ik lenk de rum met de cola
Bedenk nog een ode aan de doden
Hoe kunnen we ze meer eer geven?
Dan door voluit te leven?
Dus we dolen nog even
Door het duister het donker
De nacht is nog jong we
Laten de motoren ronken
De bas bonken
Met glas wordt het beklonken
Beschonken en dronken
Strompel je door het donker
Je ziet de vonken van de sterren aan de dijk
Als je naar boven kijkt
De stad die lijkt daaronder slapende
Je hoort misschien een gapende
Die de rust niet kan vatten
Wat schreiende katten
Schitterend onder de nachtgloed
Wanneer de mensen nar bed gaan
Dan gaat het buffet aan
Dus mensen tast toe
Want het smaakt vast goed
Ik lees m’n gedachtes als een dagboek
Kraakhelder in het donker
Voel me opslag een stuk jonger
De wereld wordt gedwongen
Om rust te nemen
Maar juist dan neem ik de benen
Iedereen te slapen, maar wij gaan nog door
Tot de vroege uren, tot het ochtendgloren
1, 2, 3 dagen lang we want more
Je weet dat je behoort tot de nachtelijke soort
Iedereen te slapen, maar wij gaan nog door
Tot de vroege uren, tot het ochtendgloren
1, 2, 3 dagen lang we want more
Je weet dat je behoort tot de nachtelijke soort
Ik blijf stappen tot de gore geuren kleven
Aan m’n zolen en m’n kleren
Doe een danspas,
Ik ben al vroeg uit de veren, als een pauw
In z’n sas, en de chicks zeggen wauw
Als je me nou, ziet zitten op de dansvloer
Geef het dan een kans voer
De energieën op
Met de volumeknop
Ik hoor het suizen in m’n kop
Maar ga toch niet naar buiten om een luchtje te scheppen
Dus een schop, heb ik niet nodig
Da’s overbodig, ik loop terug
Naar de bar en bestel er nog eentje
Zo draag ik m’n steentje, bij
In de gelegenheid om de tap te legen
Ik heb een zee van tijd
Verspil geen uren in m’n bed
In voortdurend verzet tegen slaap
Ja ik kaap m’n dromen
Leef m’n fantasieën met m’n ogen open
Ik zie ik zie wat jij niet ziet
Het is de nacht, ietwat verdacht
Maar wat een pracht, wat een mystiek
En de kriek maakt je flexibeler dan gymnastiek
Of elastiek de taktiek is om de bedtijd uit te rekken
De nacht brengt je tot de gekste plekken
‘s nachts kun je de wereld opnieuw ontdekken
Spring over hekken, struin door de tuinen
De nacht is van de gekken
Om de geest te verruimen
Dus wees niet zuinig
Met je eigenaardigheden
Kom de nacht betreden
Met z’n tweeën, z’n drieën, z’n vieren
Beweeg die spieren op allerlei manier
Want aan het einde van de dag
Zijn we allemaal nachtdieren
Iedereen te slapen, maar wij gaan nog door
Tot de vroege uren, tot het ochtendgloren
1, 2, 3 dagen lang we want more
Je weet dat je behoort tot de nachtelijke soort
Iedereen te slapen, maar wij gaan nog door
Tot de vroege uren, tot het ochtendgloren
1, 2, 3 dagen lang we want more
Je weet dat je behoort tot de nachtelijke soort
Klimaat
Half November is de Wageningse Week van het Klimaat. Georganiseerd door onze klimaatburgermeerster Irma Beusink in samenwerking met de Gemeente. Op zaterdag 15 november mocht ik samen met andere artiesten optreden bij Cultuur voor het Klimaat in de Superette. Maar ja, wat zit iedereen te zeiken nou, over dat klimaat!?
Muntenregen
Muntenregen
Wat zit iedereen te zeiken nou, over het klimaat
Ik kijk op m’n rekening, zie dat het goed gaat
En bij verandering, heb ik zo m’n baat
De één z’n dood is de ander z’n brood; dat is m’n motto of citaat
Het ondernemersklimaat is goed
Belastingklimaat is goed
Arbeidsklimaat is goed
Investeringsklimaat is goed
Dus ik snap niet waarom iedereen zo moeilijk doet
Hoe meer CO2 hoe meer BBP
Dit is de BOB ik stem VVD
Ik ben finaal liberaal want ik denk vrij – uit
In toekomst regent het munten, want ik voel mij – thuis
In de welvaart
De Staat staat maar in de weg als het om geld gaat
Noem me klimaatactivist omdat ik zaken beslis
Me niet vergis in bedrijf
ik houd m’n poot stijf terwijl ik een hoop bijschrijf
Of wil je terug naar de ijstijd? Levend in verleden als Einstein?
Relativiteit dat is de wijsheid, want
Het is maar hoe dat je het ziet, of het bekijkt
Zaken gaan goed, bouw nog een dijk en een delta
Stabiliteit? Daar verdien je geen geld aan
Laat mensen link worden steeds op zoek naar hun Zelda
Maar laat links links liggen
Geknuffel met bomen geknuffel met biggen
Laat het gas stromen en de olie die in de
Noordzee ligt of onder Rotterdam
Pomp het maar op! Gewoon omdat het kan!
Het wordt ons voorgeschreven door ‘t handelsklimaat
Als wij het niet doen weet een ander wel raad
Met die machtspositie
Het is de energie die economieën draaiende houdt
Met groene transitie ga je dus de fout in
Putin, Trump en Xi Jiping vragen om een houding
Van: “Klimaat? dat is een oud ding”
Je moet niet zacht zijn als Auping
Maar hoog mikken als Yao Ming
Verken nieuw territorium als scouting
A-I, het goud glinstert, in datacentrales
Geen tijd om jou zinloze verhalen aan te horen
Over het weer en zeespiegelstijging
Apocalyptische dreiging – de tijd dringt!
Ik laat gewoon een fort bouwen
Daar blijf ik tegen die tijd wel veilig in
Het regent munten
Opwarmende Politiek
Opwarmende Politiek
“Zoals het weer verandert ‘t Politiek Klimaat”
Luidt de disclaimer
Misschien wordt ze juist daarom ieder jaar
Een stuk extremer
Gaia
Gaia
Zwevend in de kosmos
Tolt een knopje rond de zon
Begiftigd met de straling
Maar de straling is een bom
Tikkend in de tijd
Ons schild de atmosfeer
Die gevormd is door het leven
Dat uitblaast en inhaleert
Dat pruttelt groeit en eet en drinkt
En sterft en dan verteert
Een laag van gas van gasten
Die beïnvloedt nu het weer
“Toeval” denkt u dat het leven
Zo condities schept
Voor de planten en de dieren
Op onze blauwe Planet?
Of planeet zo u het wil
Globaal is reeds de taal
Maar, maakt elk stukje leven het niet beter
Voor ons allemaal?
Ziet u, zonder vegetatie
In meren, op het land
Zouden wolken in hun weg van zee
Veel eerder zijn gestrand
Het groen dat leidt de druppels steeds
Van regen weer tot wolk
In de richting van de bergen
Zodat dit aardse volk
Uit gletsjers en uit regenwouden
Hoger op de grond
Stromend door rivieren
Zomaar het water toekomt
Leven maakt de aarde levensvatbaar
Houdt u ‘t bij?
Dat klinkt een beetje naar dat raadsel
Van de kip en ‘t ei
Relaties en processen
Ingehaakt als feedback loops
Maken de aarde weerbaar
En zonder? “niet veel soeps”
Nu dreigt het uit de hand te lopen
Met de mens aan het roer
Kapiteins te over
Want dat leiden staat zo stoer
Vraagt niemand zich dan af waar
Dit schip al die tijd heen voer?
“Verrijking van het leven”
Welbegrepen door die boer
Die met het leven meewerkt
Zonder uitgebreid CV
Die inziet: schimmels, wormen, planten
Dat zijn onze collegae
Of buren zelfs in ‘t noaberschap
Van Gaia om de zon
Symbiose brengt dit schip verder dan welk
Kapitein ook kon
Zwevend in de kosmos
Draait deze knop met haar aardlanders
Houd u zich maar goed vast
Want elk rondje is weer anders
Churchillweg
In 2015 gingen de eerste ideeën en plannen rond, in 2022 werd het reeds aangekondigd, maar in 2023 werd er pas echt begonnen met de verbouwing van de Churchillweg tot onderdeel van fietsstraat Pico Bello Pad. In de nieuwe toestand moet de straat veilig en snel fiestverkeer mogelijk maken tussen Wageningen, Bennekom en Ede. Maar de werkzaamheden hebben een eigen indruk achtergelaten bij bewoners, en of de straat nu echt zo veilig is …
Asfalt Erover
Asfalt erover
Churchillweg, oh presidentiële straat
Met wie ik me verbonden voel, iedere dag weer
Naar Campus, Bennekom of Ede op en neer
Wat hebben ze je te grazen genomen en ons evenzeer
Onder ‘t mom van fietsstraat en veiligheid in het verkeer
Ze hebben je opengereten, opgebroken en met de frees beangstigd
Kraters in je lijf geslagen, je aderen vervangen
De twee jaar lange operatie hebben wij ook meegemaakt
Wakend naast je bed, van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat
Rond zevenen begint het vaak. Ik weet het nog zeer goed
Een late nacht vroeg afgestraft met schrapend, diep geroep
Van de slaap nog halfdronken, start de dag weer met het ronken
Dat je voelt in borst en keel. De motor van zwaar materieel
Om van dat tafereel, in paniek te vluchten kunnen
Vertrok ik eerder naar mijn werk
De eerste dagen hield ik me
Vol frisse moed en sterk
Netjes aan de borden
Struinde sereen
Langs je uitgegraven wonden
Even doorbijten, de fiets aan de hand
Want het is straks weer over en in iedereens belang
Maar dagen werden weken. Gebrek aan slaap dat kreeg z’n vat
De hekwerk- en omleidingsjungle bracht me van mijn pad
Verdwaasd raakte ik steeds vaker verstrikt
In je drukverbanden, de ziekenhuisgangen
De natte rijplaten en smalle wegen
Ik vond me mij begevend in een
Onmogelijke dans
Ik kon niet langer
Ik wilde erlangs
Dus ben ik op mijn fiets gesprongen
Ook te voet heb ik tekens genegeerd
Heb door je wonden gestruind
Je toestand met bloed onder zolen onteerd
In enge gangen ben ik gestuit
Op massa’s anderen in dezelfde schuit
Die de durende vernauwing welk we deelden
Ook al te graag ontvluchten wilden
We zoefden gevaarlijk, koortsig en haastig
Stootten elkander aan, verblind
Gleden uit over rijplaten, los zand en grind
Op een morgen keek ik om halfzeven
Slecht uitgerust naar het plafond
Je werd weer onder handen genomen
In de milde ochtendzon
Zag ik duidelijk de scheuren groeien,
In jouw hart, in mijn hart
En in het plafond
Ons pand, van jouw vernieuwing veelvuldig getuige
Moest ook voor de trillingen, bevingen buigen
Een brok -vijftig kilo- gips en riet
Stortte in op de keuken als meteoriet
Ten einde raad, Churchillweg,
Dat berouw ik het meest
Ben ik je ontrouw geweest
Door emoties overrompeld
Moest ik ontkomen
En heb zo soms
De Rooseveltweg genomen
Steeds hoopvol keerde ik terug, echter
Want onze band is toch sterker
Ja, er liggen drempels op de route
Maar de tijd die kwam ook ons ten goede
Nadat je huid een tweede keer
Opnieuw en vers werd aangebracht
Rolde ik, ‘of niets gebeurd
Weer vrolijk in je gladde armen
Het verleden dat ligt achter ons
Dus wat ik vandaag zeg:
Asfalt erover
Je bent mijn (aller)liefste weg
Bitterzoet
Bitterzoet
Aan die tijd denk ik vaak terug
Soms zelfs als iets zoet
Wanneer ik onder wol op rug, weer mijn eigen
Wekker zetten moet
Gulden Middenweg
Gulden Middenweg
Opties biedt de Churchillweg
In haar nieuwe vorm
Kiezen moet je, dat staat vast
Maar wat is nou de norm?
Met een colonne op je hielen
Optie één is sneller fietsen
Tot aan de drempel voorblijven
Laat slaafs je snelheid opdrijven
Optie twee is rustig aan
Je laat de wagens voorbijgaan
Met gevaar voor eigen leven
En dat van auto’s, fietsers tegen
Ik kies liever voor een derde
Optie op de rode loper
Zo fiets ik midden op de baan
Bij auto’s expres ietsjes slomer
Geef aan dat blik geen ene kick
En van mijn weet geen blijk
Als stond ik aan het hoofd
Van een verenigd koninkrijk
Hooilandplein Festival
20 september 2025 vindt in de wijk NoordWest het jaarlijkse Hooilandplein festival plaats. De wijk ligt op steenworp van de Binnenveldse Hooilanden, maar de natuur trekt ook de wijk in! Iconisch zijn de aanwezigheid van de bever en een grote groep ransuilen midden in de wijk. De begeleidende vogelgeluiden die grotendeels in de buurt zelf zijn openomen zijn van de hand van Henk Meeuwsen. De liefhebber onderscheidt wulpen, scholeksters, bruine kikkers, spreeuwen, buizerds en veel meer.
Volmaakt
Volmaakt – Ode aan de Binnenveldse Hooilanden
Krakend smelten stapels ijs, leggen de laagte bloot Lagen veen ontstaan waar dan de vegetatie groeit Met de grift ontwatert men het drassige moeras Haar veen afgestoken resteert het arm blauwgras
Hartelijk haart een hamer al tikkend het blad van de zeis fijn Een strekel erlangs van voor en vanachter de zaak zo scherp als een vlijm
Stug doch mals is het gemaaide Verworven op oude klompen in zompige veenweide
Vorken keren vlijtig op rijen de warme nog natte sprieten Die spoedig droog aanvulling op de wintervoorraad bieden
Een ezel trekt de kar, een boer aan spenen van zijn koe Voedsel voor omwonenden. Volmaakt dat was het toen De ruigtes en het schone, veel soorten dier en plant De mens en diens zeis, in balans met het land
“Arm was men toen”, zien velen nu om De drift tot vooruitgang, welvaart en rijkdom Met mechanisatie en salpeterzuur bracht hooiland verkaveld steeds meer in cultuur
Lakens van groen gras –weelderig- schortten de habitat op van velerlei soorten
Maar burgers zetten zich eendrachtig in, in stichting en vereniging Om ‘t Binnenveldse tij te keren, haar aan natuur te retourneren
Gulzig graaft het groot gerei en schraapt een dikke toplaag af Alsof het ijs pas net gesmolten toont zich weer een kale vlakte
Spoedig komt het leven terug, diverser dan tervoren: Modderkruipers, muizen en libellen om je oren Hazen en ook spinnen, pitrus, echte kamille De ooievaar en zowaar de lepelaar op spillen
Hoezée de orchidee is hier en ook de waterviolier De koekoeks- en de dotterbloem, de kemphaan en ook de plevier De waterral is daar en de patrijs die ook geniet Grutto’s en fazanten en natuurlijk de kievit
De kiekendief en niet te missen kleine karekiet Die zich tevredenstelt met het lange gras en riet In de verte klinkt een wulp en daarginder zwemt een bever Met een beetje hulp glinstert het hooiland weer van het leven
NoordWest thuis best
NoordWest Thuis Best – Ode aan de Wageningse wijk Noord-West
Met de landbouw groeit de stad En als ze nauwelijks wijken kan Richting oost of richting zui Ontstaat er voor noordwest een plan
1500 woningen In een uithoek aan de rand Laagbouw en het Binnenveld Op een steenworp afstand
Zo bouwt men, versteent de grond Verschuift zich weer de grens Tussen natuur en cultuur In ‘t voordeel van de mens
Die heeft hier de overhand Dat blijkt wel uit de namen Van Hollandse schrijvers hun karakters en voorname
Acteurs en architecten cabaretiers en kunstenaren Behalve dan het Hooilandplein Dat ligt wat eigenaardig
Tussen al die mensen En dan is er nog het water Dat je met het riet steeds Blijft begeleiden langs de straten
En bruggetjes en elzen, En ook wilgen: wat gaat daar dan? Zijn de fabels van de straatnamen Nu naar het hoofd gestegen?
Ik zou zweren dat ik 14 uilen zag En Willem Bever Ook scholeksters en sperwers Langs de dijkgraaf heersen buizerds Spreeuwen imiteren zelfs de wulp als je luistert
‘s Nachts hoor je die ransuilen en bruine kikkers brommen Het bruist hier in Noord-West en door dat alles op te sommen Snap ik dat zovelen er wonen blijven best Tussen stad en Hooilanden, hierbuiten in Noord-West
DodgeDichters ’25
In de zomer duikt de oude dodge van onze eerste stadsdichter Laurens van der Zee op verschillende plaatsen in de stad op, en slaan lokale dichters je om de oren met pop-up poëzie. Voor de Serre en de Mart schreef ik dit jaar allebei speciaal een stuk.
De Serre – Raddraaiers
Raddraaiers
Uit de laadback van een oude dodge Verschenen hier nu plots Klinken klotsend klanken Als de glazen om de dranken bij een toast
Rijk in glazen Da’s die doos hierachter De Serre glinster prachtig Men geherbergd op terrassen
Vorstelijk waarachtig Aan het kruispunt van de stad Hier draait het om Het rad verklapt ons dat
Met truffel op je zak patat Zoek je platen uit een bak Hier kan je Thuis komen Dadels en falaffel van Ivan’s Market Da’s die buit scoren
Kibbeling van Jan Boeketje van de Bloem Een toeter bij de Bengel Daar ons radiostation: RTV Ik neem je mee door de ether Langs de BBLTHK
Iets voor je computer? Icekootje, Urban Roots er Is nog ruimte voor een blokje kaas En doe mij maar twee loempia’s
Je ziet het water over rand Bent voor wat rust op bank beland Aan het eind of begin Hoogstraat Waar voor het oog Altijd een regenboog staat
Gestationeerd geen tram nu Maar de Dodgedichters En we komen ook op stoom Je dag wat oplichten Met een woordenstroom En dat voor nop, neem dus
Gratis en voor niets Deze frases. Wandel, fiets Lekker verder, ik Hoop dat je deze plek nu ziet Met een verse blik
De Markt – Exclusief
Exclusief
Één halen, twee betalen Voor de praatjes van raaskallen Geef me je knaken en ik zal er Een zakje om doen
De woorden afwegen Als een regionaal product Een koopje of te duur gekocht? Een kwestie van Vraag en aanbod
Wageningers slenteren met Of zonder slippers aan hun tenen ‘ Zomers langs de kramen Op zoek naar Pareto Optima’s
Wat is het waard? Wat een gek ervoor geeft! Ik raak mijn praatjes Zelfs aan de straatstenen kwijt
Tussen het gegalm van de kerkklokken Schrokken, schransen voorbijgangers Inkopend met seizoenen mee
Zoekt U een winters welbespraakt? Of liever herfstig hersenspinsel? In Lente stal ik loslippig zo een lezing voor U uit Zomers zwalken zinnen zoals ook de zon zich zonnig laat
Neemt U toch een kijkje Naar mijn allermooiste waren Weefsels van het woord Akkoord? Dan spin ik daarbij garen
Mijn kraam die is nu uitverkocht Maar komt U morgen weer? Dan staat U hier maar staan wij er Zeer zeker lang niet meer
Welsaam
3 september 2025. Welsaam is een Wagenings samenwerkingsverband tussen verschillende welzijnsorganisaties waaronder vele burgerinitiatieven in de stad. Denk aan ontmoetingsplaatsen, open diner avonden waar iedereen aan kan sluiten, taalcafés, activiteiten voor jongeren en ouderen, de voedselbank, mantelzorg, en veel meer.
Welsaam
Welsaam
Een stad bestaat uit stenen, uit straten en uit muren Een stad heeft een gemeente, een stadhuis en besturen Een stad bestaat uit mensen, uit naasten en uit buren Een stad brengt mensen samen maar een stad heeft ook haar kuren
Een stad biedt veel te doen. Ruim kan men er kiezen Tussen muren kun je mensen echter uit het oog verliezen Des te groter is de pizza des te groter zijn de randen Des te groter is de zee zo ook meer ruimte om te stranden
Met onze stad die groeit in deze … roerige tijd Kampt menigeen met armoe en stijgt ook de eenzaamheid Nieuwkomers de taal nog niet eigen, als buitenstaander in de wijken kan iedereen zich voelen welk’ leeftijd men ook bereikt
Op de zorg groeit de druk er wordt op overuur gewerkt Capaciteit is ontoereikend, middelen beperkt Maar de stad die bruist met mensen uit allerlei soort lagen Hun zakken vol met steentjes die ze bij willen dragen
Met ogen om eenieder zich gezien te voelen laten, Met monden om te praten over gevoel en om te vragen, om te groeten, met verhalen te verbinden. Handen worden uitgestrekt of ingezet om schouders te omwinden
Wageningers zijn … voor een ander lief Dat blijkt uit veelheid van het Burgerinitiatief Voor jongeren en ouderen: ontmoeten, gratis hulp taal of eten samen, Voedselbank of uit je schulp te durven komen
door een veilige omgeving of een maatje om je dromen waar te kunnen maken
Een vangnet in de straten, waar je buur en naasten waken en klaarstaan voor het geval dat, je trekt aan de bel
In deze stad werken we samen en samen maken we het wel
Lintjesregen
Op 25 april 2025 ontvingen vier Wageningse helden zonder capes een lintje van de koninklijke orde van Oranje Nassau. Zij zetten zich tomeloos en belangeloos in voor mantelzorg, de voedselbank, de Uiterwaarden, de tennisbond, de damvereniging, de speeltuin tuindorp, en meer! Dat verdient een onderscheiding
Lintjesregen
Lintjesregen
Je kan tijd maar één keer besteden Menigeen die kiest voor werk en voor geld Een leven waar voor ik gestreden Mijn genot, geluk ‘t meeste telt
Veel van ons dus opgeslokt door Carrières en consumeren Weet een enkeling die Barrières toch om te keren
Met inzet voor naasten, fanatiek Naast familie, vrienden, ook ‘t bredere publiek
Zorg voor een kennis. Commissies of bestuur Vrijwillig voor de Uiterwaarden; Schonere natuur Een speeltuin die de wijk verbindt mét een snoepjesschuur Carnaval en kaarten, schuif maar aan! ‘t is weer het uur voor elkaar
Sommigen gaan door het vuur voor elkaar Tradities duren al jaren. Maar niet Zonder buur die zich dagelijks inspant Deze mensen staan al jaren garant
Zij zijn het bord voor de damstenen De banen voor tennis De voedselvoorraad voor wie krap bij rek’ning is Bij losse eindjes zijn zij de knopen Maken mogelijk Inkopen uit kringlopen Zij zijn het feest zelf, de speeltuin Fundament voor de plekken Om hoger te klimmen, om je aan op te trekken.
Dat zijn redenen voor lintjesregen Weer of geen weer Hagel sneeuw en storm Ja ook ‘s winters regelen Deze mensen dingen
Ook wanneer de wind is tegen Zodat we samen naar ginds bewegen, speels Als de sprinter van de synthus gereden Met onze zaken op de rails
In een flits, gedegen Is het georganiseerd Vrijwillig houden deze mensen Orde in de keet
En voor je het vergeet Verdienden zij hun sporen Voor de koninklijke orde en dit heet De lintjesregen
Dikke druppels van dankbaarheid Maar het is de hoogste tijd Dus het komt niet uit de lucht vallen
Inspanningen van lange duur Jaren lopen op in ge-tallen En dat be-paalt de Botten, het skelet van het samenleven
Dus we laten even De erkenning spreken Voor al het werk dat wordt geleverd
De inzet die gegeven wordt Prestaties van jewelste Ja het is als topsport En het komt uit het hart voort Dus zijn we dankbaar voor
Deze helden zonder capes Die van alles regelen steeds In het zonnetje gezet Laat het die lintjes maar regenen ‘t is feest!
Vergroening Grote Kerk
Studenten van Wageningen Universiteit kwamen een paar jaar geleden met plannen voor stadsvergroening. De gemeente bouwde hier op voort en op 17 april 2025 is de ruimte rond de Grote Kerk verrijkt met plantborders, nieuwe bestrating en bomen. Daarbij zijn er ook 3 gedichten te vinden in de boomroosters aan de Noordzijde van de kerk. Na gepuzzel met de beschikbare ruimte is er een drieluik uitgekomen met twee speelse gedichten en één meer gedragen.
Interessant weetje: bij de graafwerkzaamheden voor de bomen heeft een archeologisch team tientallen skeletten opgegraven. Onder één van de boomroosters ligt nog een zogeheten knekelkuil. Zie ook dit artikel.
Boomroosters
Boomrooster
Winter: rust, slapende ogen Lente: aan de knoppen Zomer: open parasol Herfst: straat inkleuren en -stoppen
Openheid
Een hart dat kan verharden Verstenen zelfs door tijd Ontsproten dan in barsten Ligt de kracht van openheid
Boomspiegel
Ogen, huidmondjes, een bast Haarwortels het lijkt Met kruin en oksels ook Haast of u in de spiegel kijkt
80 Jaar Bevrijding
Op 5 mei 2025 is het 80 jaar geleden dat in Nederland de bevrijding werd getekend in Wageningen. Onderstaande gedicht mocht ik voordragen bij het hijsen van de vlag, en het is tevens op het Bevrijdingsbier terecht gekomen.
Bevrijd!
Bevrijd!
Gejuich dat vult de straten Uitzinnig is de sfeer Een duister nacht ligt achter ons Zoiets dat mag nooit meer
Een nieuwe dag Een nieuwe kans Een morgen Dient zich aan
Zou “Bevrijd!” In de verleden tijd Of gebiedend In het heden staan?
Nieuwjaarsreceptie 2025
Voor de nieuwjaarsreceptie mocht ik in opdracht van gemeente Wageningen een gedicht schrijven. Floortje Gerritsen en Thijs Aardema hebben geholpen om dit op een spetterende manier op beeld vast te leggen. Een gelukkig nieuw Jaar!
Nieuwjaarsgedicht 2024-2025
Nieuwjaarsgedicht 2024-2025
Het is fris. De kerk luidt boven de dijk uit Haar klokken in de holle ruimte De tijd lijkt bevroren, In meidoorns hangen bessen, Vruchten van dit jaar
We gingen Van twee minuten stilte, naar een heel kwartier Gewijd aan vrijheid, er werd gepleit Tegen rechtse kabinetten, en bezette gebieden Blijkbaar wensen we die vrijheid aan een ieder Zo renden zelfs dit jaar de vuren Tot over grens naar oosterburen En voor ontheemden Zijn in onze stad, in vrede Méér plekken in aantrede.
Groeiend wordt de stad bevolkt Want Wageningen bruist en kolkt Er wordt op blokjesfeest gebouwd Quiet is het nieuwe Loud Montmartre, Open Monumenten Molenmarkt, evenementen Te over; Rhinegold, Cultuurzomer Woetstok of een Goed Gesprek Junushof kookt met insect Een FLOW aan orgelklanken klinken Stads-gebrouwde dranken drinken Beelden op de Berg én dichters Rouwen, vieren naast de kerk, geluk is In de vinder z’n bereik Dineer in vlinder, op de dijk Zo kan je Uitwaaien, soepel Muziek speelt in de Theekoepel Melting Pot, aan Hoger Wal Wildlife Film Festival Popronde, Dompel onder er is Veel te beleven. In 0-3-1-7
Maar niet alles koek en ei Explosie aan een deur in Mei Een buitenbieb werd leeggeroofd Een auto racete rond en stoof Om de kerk op een draf Dat liep gelukkig nét goed af
Vogelaars die spotten het gefluit Van een Izabeltapuit Op bezoek tijdens diens trek Tram Bello vond een droge plek Waar in Noordwest voorheen ransuilen Ziet men thans de Bevers schuilen
Casteelse Poort toont onze wijken Die zich blijven ontwikkelen Stratenmakers aan het bikkelen Tot heel de Churchillweg Pico Bello is Bewoners schrijven de Geschiedenis Van Wageningen, en haar landschappen
Naar 2045 zetten we samen stappen En voegen straks bij het woord bij de daad Met een inwonersberaad Want die hebben vaak een goede kijk Op zaken, als de Grebbedijk En zien de waarde van die bomen Waarvan menigeen alleen kan dromen Als kers ten slotte op de taart Werd dit jaar 2 winnaars waard Twee wereldkampioenen rijk Met Tkachenko en met Groenendijk
De Tijd die is nu klaar Maar de Kater is nog daar, en de Dokter En de meidoorn zal weer bloeien Een gelukkig nieuw jaar!
Typemachine – Janneke de Kler
In de Rouwen & Vieren kas had ik het genoegen om Janneke de Kler te ontmoeten, die daar met haar typemachine gratis gedichten maakte voor bezoekers. Na 3 diepgaande vragen volgt in een mum van tijd een stukje gelukt, in het moment door Janneke gecreëerd. Tijdens het wachten kwamen er bij mij ook woorden opborrelen, en Janneke nodigde me uit om dit gedicht voor haar op haar typemachine uit te werken. Zie https://jannekedekler.nl/ voor meer informatie over Woorden van Liefde.
Voor Bob
Voor Janneke
Rouwen & Vieren Kas
Om in de donkere winterdagen een plek te hebben voor mensen die iemand of iets verloren zijn en kampen met verdriet hebben bewoners in gemeente Wageningen het initiatief genomen een Rouwen & Vieren kas te plaatsen in het centrum op de markt. Met steun van de gemeenteraad is de kas er gekomen en twee weken lang konden mensen hier een kaarsje aansteken, wensen of gedachtes opschrijven, en een praatje maken met één van de vele vrijwilligers. Zie ook https://rouwenenvierenwageningen.nl/
Niet meer
Niet meer
Ik dacht dat je voor altijd Dus moet je er nog zijn Ik weet wel dat, maar wil niet dat Eerder boos dan pijn
Kunnen we nog één keer? Misschien komt het goed Ik hou me vast, een hoop Dingen die het met me doet
Dan sijpelen verdriet en angst Schuld, onzekerheid Als ik had, dan zou dat Over blijft de spijt
Het dondert al zo lang Het klatert op me neer Emoties doen na tien keer slikken Net zo even zeer
Als dan toch, dan die brok Er zit niets anders op Een weg te banen Een pad te vinden
Een stap, een stap Laat los, maar ik laat je niet los Bent daar in m’n gedachtes Draag trots
De herinneringen Gonzend van de dingen Die me naar jou brengen
Ik kan het niet ontkennen Het missen raakt me diep Valt moeilijk aan te wennen Waarom het zo liep
De wereld aan het rennen De mijne even stil Gek hoe niet meer Juist kan voelen als te veel
Vieren
Vieren
Gezondheid Deze dag vandaag De tijd die er nog rest Wanneer de zon staat laag
Mensen om je heen Familie, vrienden buren Stadsgenoten over straat Die door de ramen gluren
Bewust even alléén Doorgebrachte uren Bomen die al jaren Vogels, boten varen
Een herinnering, verhalen Wandeling of fietsen Wind in de haren Kunstzinnig wolkendek
Of die zonnestralen Alles dat je kan Een helpende hand Inspiratie van
Of aan je naasten Koffie en de krant Een goede nacht
Een knuffel of een kus Die de pijn verzacht Moeilijkheden die je draagt Je onbewuste kracht
Het is zomaar een greep Dat zijn een paar manieren Waarmee je op de valreep Iets kan hebben om te vieren
Cultureel Café Jubileum
Samen met de 4 voorgaande stadsdichters van Wageningen; Laurens van der Zee, Martijn Adelmund, Ivanka de Ruijter en Ellen van der Kolk schreven we voor het Jubileum van Cultureel Café Loburg een estafettegedicht.
Estafettegedicht
Laurens
Proloog: Is het waar wat zeggen van die vlinder in China? Eén vleugelslag daar wordt een storm bij ons? Kan het zijn dan, dat wat dichters zeggen, één woord maar, van één van ons in een rumoerig café, landt
in een ontvankelijk hart?
De Estafette: Behaangen is een rôtvaak, zeggen ze in Utrecht, traap ôp, traap aaf en maar plaake plaake plaake. Nou, dichten is ook een vaak, wat zeg ik? Dichten is topsport, De Estafette, na jaren coachloos geschrijf. Daar ren je over de baan die je niet kent met in je hand een stokje maar je weet niet wat waard is op weg naar iemand die je niet kent en die niet weet dat ie een stokje zoekt. Zo rennen we door de straten, plein op, plein af, hopelijk wel in dezelfde stad. Hé, een lichtje, een café! Een zaal vol mensen, aardige mensen, als je van hun man, vrouw, kind, baan, auto, huis, tuin, keuken, neus, waarden en biertje afblijft. Met je laatste krachten struikel je over de drempel, je tas met stokjes vliegt door de lucht. Hoe vaak niet heeft een zaaier op rotsen gezaaid…
Dan word je wakker. Of zakt juist weg.
Martijn
Ja, daar vang ik hem, als in een droom gegeven zo kwam tot mij, is aan ons gegeven en uit een schrijvershart geboren – de woorden die die dichter sprak. Hij trok ze uit de natte klei, had nog goed in zijn handen gerocheld voor hij ze omvatte, en ze gaf aan mij met rode kale kop en bevend als een oude man. ‘Zo, hier: draag ze dan: de woorden die een stokje zijn. Verward strompelde hij weg, iets mompelend over zaad en rotsen.
En daar sta ik nu, een beetje kouwelijk met een handje vieze woorden Ik durf ze bijna niet te zeggen kies de weg van weinig weerstand maak een grap iets met pinguins.
Ik poets, ik poets, ben de poëet die op deze planken zijn optredens deed men noemt mij wel de Tweede En voilá, ik poetste hier het stokje keurig schoon terwijl u nog lette op de pinguin
Schone woorden voor de dame
Ivanka
Schone stokjes, schone woorden Schone snoetjes, schone schijn Zoveel schoonheid op een stokje Waar zou het al’mal goed voor zijn?
Wijst zo’n dichter je op schoonheid Of poetst hij slechts de werkelijkheid Piepend poetsen met zo’n poetslap Tot je snapt wat ie bedoelt.
En je wil hem ook begrijpen want hij zegt vast iets dat je raakt dat je óók hebt meegemaakt waar je de woorden nog voor zocht.
Of misschien sta je maar half weet je niet precies, iets… stokjes? En je denkt nog: o ja stokjes Niet vergeten, sushi eten
Maar je bestelt nog maar een biertje want de kunst ontkalkt het brein maar een beetje erbij drinken dat verzacht de schone schijn
Dichten, denk je nog, is prachtig waarom weet je niet precies maar je voelt een waar belang want een stad zonder een dichter is als een huis zonder behang
Ellen
En behangen is het, deze stad. Er lopen stokjes die woorden zijn over winkelruiten, deurpost, schoolplein, hotels, park, tot hier en nu rechtstreeks jouw oren in en vanaf daar tot ver buiten de stadsgracht of
ben je het vanaf het schoolplein, poetslap, pinguïn, Utrecht, China zelfs, al kwijt, wie o wie heeft de stokjes laten slingeren?
Is dat beeldspraak, onwetendheid, gewoonweg eigenzinnig eigenwijs, was dat nou nodig, is het niet heel hard nodig
dat een rumoerig café als dit, met planken als deze, dichters, zangers, een goochelaar, vraagt om een publiek dat proost en zich (zo nu en dan of heel vaak) met tap en al behangen laat.
Bob
Aan de slag dan maar, en zo roffelen de troms Op rots klets klotst een plotse trotse stokkenregen Tikkend tokkend stopt de klok, de kluts kwijt het kost even Op hoop van zege, in een klaterend bewegen Op de tegels, op te vegen
De Stad-straten bezaaid, als met sigarettenpeuken De sojasaus, en lollies, saté, ijsjes, afgekloven Afgelikt en afgezogen Hun droge skeletten, als Mikado, versplinterd uit-gespetterd
Men prikt er mee, raapt op, in hesjes in de vroege uren De meester die wijst naar het bord Een inwoner met Friese roots snijdt zo zijn route af, hoog springend.
Eier’ klapperend bevrucht; nieuw leven Menigeen zo oud, er één nodig te hebben Tot de vlag voor je wordt uitgehangen, half Snaren van viool bestreken met Omdat je ergens voor hebt gestaaaan Of ergens iets vóór hebt gestoken
Bij een wandeling klimmen bonen langs bamboe Je hond apporteert een Je stapt het café binnen, keuen klinken boven stof Je hangt je jas bij kap op aan,
Plant niet te lang te blijven, vermijd om het te krijgen met je partner aan de Stokje bij beetje begint het te dagen Blijft stijf staan, zitten, want op de planken wordt iets uitgevoerd, uit-geroerd in een bak behanglijm – Extra Vette.
Klodders smerend Om aan te plakken, verse lagen Iets brengend, over te dragen
Stadsdichters – Estafette
Wild
Wild eten in een restaurant? Dat is nogal … ongewoon. Vooral tijdens deze twee wildavonden bij Restaurant Lev in Hotel de Wereld, waarbij gasten tevens verwend werden met een verhaal van een jager uit de regio en een gedicht.
Wild
Wild
Wild eten, in een restaurant Dat is nogal … ongewoon Opmerkerlijk Bijzonder
Laat uw bestek links liggen! Keer Uw bord op tafel Laat uw tanden zien Smakkend, knarsend, kluivend met uw vingers
Oh maar nee. Hollands wild! Wild als biljartlakens gras en maïs Zo wild als de heide, zo natuurlijk als onze sparrenbossen De Oostvaardersplassen, en wolven op de N310 tussen Arnhem en Otterloo
Wild Dat is ongeciviliseerd Buiten de samenleving, buiten gebruiken en mens’lijke hand Buiten Buiten is het wild
Natuurlijk, spontaan, zonder rem, ongerept Uitbundig, bestaan, geen richtlijn of recept Het is hier geen Canada, Alaska of Zweden Maar met juiste blik kunt U ‘t wild toch betreden
Buiten de stadsmuren, richting het bos De asfaltweg af nu de weg op met losliggend zand langs de rand rijzen struiken en plots Ook esdoorns en essen en eiken zo trots De weg zet zich voort, het bladerdek strekt Zich uit boven ons, dwingt af enig respect De neus vult zich nu reeds met geuren tot mond Van strooisel en naalden; gezonde bosgrond Met taxus en hulst, ook dennen en sparren Tamme kastanjes en beuken en mare- Takken in kronen daar boven de bramen Frambozen en vlieren betoverend laat het Ons kijken met blikken, en gespitste oren: “Daar zie ik wat!” of “Ik meen wat te horen!”
Naast spechten en buizerds, raven en muizen En mieren in hopen, zijn dit ook de huizen Van wie zich moeilijker bekijken laat Op afstand reeds gehoord geroken Ons liever de weg uit gaat Bewogen als schimmen, of spoken Langs de randen van ons zicht In de schemering van ‘t licht ‘s avonds of bij ochtendmist
Ritselend wordt er gevist Naar bessen, bladeren, beukennoten Eikels, gras, kruiden. De grote Grazers, gravers, groepen, gretig, Grijpen nu hun kans gedwee terug Sluipend kauwend sierlijk. Nee, stug Is alles behalve de edele reerug Stuivend … met grote sprongen Anders dan het zwijn, gedrongen Korte poten, sterke snuit Wroetend, dikke vacht en huid Welke schuurt langs boomstronken Terwijl brullend herten ronken Het gewei gericht tot hemel ‘t Blijkt dat het hier van ‘t wild wemelt
Maar wild is niet onaangepast Want wie goed kijkt die raakt verrast Van ‘t verfijnde gedrag dat Floreren doet in habitat Van buiten in de elementen Weer of geen weer, herfst tot lente Weten ze de weg te vinden Tussen iepen en linden Gecultiveerd en erudiet Vormen ze hun leefgebied Laten sporen na
Wie zich zo in ‘t wild verplaatst Verwacht U allicht wel ‘t laatst Met in de loop op scherp gezet En op het hoofd een groene pet De jager die met veel geduld Ecologisch onderlegd De slagersharten weer vervuld Met het beste van het best
Gevuld, weelderig, met wild Zo het de smaakpapillen stilt U reeds bekend of nog wildvreemd Zwijn, en hert en ree en eend Smult U van uitgedeelde borden Dat is om wild op te worden
Lorentz College Arnhem
In Oktober 2024 organiseren studenten aan het Lorentz College in Arnhem een driedaagse Model United Nations. Als delegaten representeren ze landen en organisaties van over de hele wereld. Middels debatten, lobbyen, resoluties en mandaten pogen ze tot gezamenlijke oplossingen te komen voor hedendaagse wereldproblematiek. Thema van dit jaar: Amplifying unheard Voices
Unheard
Unheard
He Brings that fresh, that dope, that cool That never heard before Innovative revolutionary Bold and underscored Artist that is wordsmith So in language explore The new and original of that You’re bound to be sure
Pure and with passion With the beat he’s never clashing Puts you on a ration of The latest verbal fashion, no Hurdles alter direction Swerve in curves towards perfection He is the first one in the match ring Boxing, beating, busting, blasting Bragging big he’s body bagging Using M.I.C. to fatten Up the image of … one man … Self-representing
But there’s one mic only For perhaps every thousand Inhabitants on this land On this surface on this crust With which thoughts ideas And interests are being thrust Into the atmosphere Spreading hope or fear for Mass-es to hear
When a tree falls, and No one hears it Did it fall at all?
When a bomb drops No one sees it Did it really blast those walls?
When a child works Fingers to bones For our apparel
When without job Or with one But no contract, informal
One would like a Salary paid out That is equal
When girls want To decide themselves But it is unlawful
When one writes truth Gets censored With a single call
Arrested Shadowed, shot, Or thrown into a jail
Instead of protected Beat by police So brutal
One’s religion ain’t accepted War is waged as cultural
When hunger or one’s Thirst prevents from Wirting a journal
If one can read And write at all … Did that tree ever fall?
As silence, the darkest night Blind spots, overshadowed Covered by snow, sediments, dust Lie rooted, deeply burrowed Under books of history Clips, timelines, newspapers and feeds
Only with tuned in heart Can one hear the unheard Acknowledge needs and hard -ships, let suffering un-hurt
Words and mics can serve as weapons Words and mics can serve as tools Funnels through which channeled Knowledge, rumors and the news
Voices yet still covered Can you put yours to good use Representing for another With the words that you choose?
Your tasks as delegates Are vast and delicate Bringing needs to sense Constructive, realistic acts With writ’ resolutions
To discuss publically To listen and speak up To debate and lobby To work to-gether across
Organizations Cultures and nations With persistence And with Patience
When a tree falls And no one hears it Did it fall at all?
A fallen voice, that’s noticed Picked up, brought to sight To be read or seen or heard Can rightly shed new light
As fresh, as dope, as cool As never heard before Innovative revolutionary Bold and underscored
Unravel, unsettle, and Explore what’s right Speak the unheard with fire Like a choir, may all voices unite
Kinetisch
Na meerdere dromen over kitesurfen had ik recentelijk het genoegen om van mede aardbewoner Daniel een eerste kitesurf les te krijgen. Zijn motto: het is allemaal kinetisch!
Kinetisch
Kinetsich
Tot grote hoogtes laat ik de vlieger op Grijpt zich vast in de wind, bol staat de stof Slof met de tenen door het zand Langs de branding z’n rand Nog niet zoveel verstand Maar ik ben zeker dat het landt
Tot de heupen in het water van de zee De stroming trekt me mee Golven slaan me terug Glijden dan weer af als slee Ik treed, met grote passen Om niet te verkassen Zet het vast als lassen Laat met niet verrassen Verankerd ja geworteld als die grassen Eerste les, eerste klasse
Zet het zeil op twaalf uur Klaar voor dat vagevuur Slinger hem op énen Zet me schrap in de benen en de tenen Nu naar negen of acht Wordt de kite gebracht Lijnen trekken met de kracht Van een vrachtwagen, maar het zijn de Druppels die me zacht dragen Kletter als aan slachthaken Maar dan plat, als na nachtbraken Hoor het breken op het strand kraken M’n lichaam splijt de zee Tussen tand, kaken proef ik zilte smaken Dan raken
Knieën enkel nog de lucht Plof weer in het nat Inmiddels haar berucht Terug naar drieën Stuur omhoog, laat hem vieren Overstijgt filosofieën Vervuld met energieën Als tumult, of degene die je Laat vliegen als je aan d’r denkt Buik wordt gespankt Maar dit is hemels Zweef en zwem Met de snelheid van een racefiets Het kletst in m’n gezicht: M’n kin eet iets Zou hij dit bedoelen met: Het is allemaal kinetisch?
DodgeDichters ’24
De derde ronde van de vierde editie van Dodge Dichters! Plots duiken we op in de stad op 4 locaties met gedichten voor je oren. Samen met Martijn Adelmund, Eva van Wissen en kapitein Jaap.
Dodge Dichters
Dodge dichters
Waan van de dag ontwrichters
Sfeer opzichters
Trots richten we die herrie aan
Doorzichtig
Soms zit het tegen
Tot je ons tegen het lijf loopt
De tijd stopt even
Plots licht je dag op
Als zon in de regen
Dodge dichters
Geen op de pot zitters
We gaan aan de bak
In de dodge
Klasse topnotch
Fris als Scotch & Soda
Je favorieten
Als Star Wars shots met Yoda
Dit is een ode aan klassiekers
Komen aancrossen
Parkeren nogal wiedes
Gooien trossen uit
Om te laden en te lossen
Fleuren de boel op
Als met boeketten bij de bossen
Slepen voort als ossen
We flossen met die letters
Gezond gebit de spetters
Vliegen als gekletter
Op de eerste rij
Hopelijk heb je zakdoekjes bij
Want dit is vrij
Voor consumptie: gratis
Dus kom er bij
Voordat het te laat is
Rijms uit het apparatus
Van deze achterbakse praters
Dodge dichters
Met vaart racet dit ding
Recht zo die gaat
Geen stuurbekrachtiging
Zwaar te bedienen.
Wat had je dan gedacht?
Van een oude benzine
Met 4 man paardenkracht
Tientallen jaren op de weg, in functie
Tientallen jaren al jams en muziek
Nog steeds staan hier vloeiend, zonder interpunctie
Artiesten in de laadbak, die het geluk zien
Te verspreiden door een microfoon
Niet de types cloon, maar origineel
En er is veel, voor ieder wat wils
Wat je deelt, vermenigvuldigt
Dus hap naar regels
Gulzig als een bultrug
We brengen het tumult terug
In Wageningen
Je zult het niet verdringen
Nog lang herinneren, oprakelen
De top raken we
Voor nop laat je je
Overspoelen met gedicht
Recht op je ziel gericht
Dodge dichters
Niks te verliezen
Komen met adviezen, pro-bono
Zwicht, open je trommelvliezen
Dit is sono-grafisch
Geluid vormt beelden
Schetst notaties
Op je retina
Maakt een feestje daar
Ik ben nog steeds niet klaar
Controversieel als Pegida
Of monogaam die date er naast
Je weet hierna
Meer dan een bibliotheca-ris
Voel me als een vis dus
Plons als Ichtus in het water
Dat is heilig voor de pater
Dodgedichters, ik zie je later
Dit is m’n laatste zin
Slinger hem maar aan!
En hou de vaart er in
Bier en Boeken
Bblthk in samenwerking met Rad van Wageningen. Bierproeverij onder begeleiding van voordrachten in associatie met de geproefde speciaalbieren door verschillende lokale dichters en schrijvers. 22-8-2024.
Mijn biertje betrof een Kom je Fakir, zeer hoppig met daaronder een zoetje
Deal
Deal
De wereld zien Nou leuk hoor Een bak zand, geen ziel te bekennen M’n kameel al weggestoven Die voelde de bui vast hangen Of het gebrek daaraan En koos voor z’n eieren Zonder bulten, reservoirs Begint de dorst al aardig op te zetten De zon vol op m’n hoofd Dus ook voor richting biedt ze niets Dan ellende
Kop spoedig een gebakken ei Sunny side up Zullen ze van boven vast denken Hoewel: met die zwartgallige gedachtenspinsels Misschien eerder een rot ei dat In de warmte openspat Zodra de dunne schil iets meegeeft
Hoop verlaat als zware gassen in die fantasie Al snel mijn schedel Wanneer zich een gedachte opdringt: “Kom je Fakir?” En dan nog grappig proberen te zijn hè! Wanneer het er allemaal om spant Een flierefluiter: je had gewoon thuis moeten blijven In je kikkerlandje Met je regen in overvloed Omhoog kunnen kijken Geen zon in je ogen Achter wolken verborgen En voor de dorst slechts je mond hoeven openen
Maar nee hoor, meneer wil de wereld zien Nu sta je hier, smeltend in de openheid Met in het zicht niets dan stuifduinen Dusse: “Kom je Fakir?” klinkt het nogmaals.
Nou is het klaar hoor De gein is er af Van dorst naar een Lichte irritatie Zijn dat weer die dwanggedachtes? Als oorwurm zich in delen afspelend Op repeat: “Kom je Fakir?”
Dan zie ik de fles Half in het zand gestoken Dus nog halflauw Maar in deze hitte haast koel
Welke malloot laat hier nou zo’n fles liggen? Misschien dan toch een stukje beschaving? Stiekem voor in het weekend? Wanneer vrouwlief er op uit is? Of vast voor de volgende editie Burning Man? Waar ik overigens prima als opstelling zou kunnen fungeren inmiddels
Ik ben niet echt een drinker Maar alla Voor principes maakt men uitzonderingen Wanneer het uitkomt De kroon tik ik op de rand van een verdwaalde steen Wellicht de vorige bezoeker van dit rare café En neem een slok
Stoffig! Muf als oude boeken Of klassiek tapijt Als wolk of schuimende golf Stroomt ze via slokdarm, dendert, Sijpelt op een maag Leger dan de horizon
Ik ben een zoetekauw Maar dat konden zij ook niet weten natuurlijk Misschien even in die steen beitelen Voor de volgende keer Of, ze zullen zien dat ik er aan gestorven ben Even uitgemergeld als straks die fles En dan snappen: “Wat een zuurpruim; lust z’n biertje niet en gaat de pijp uit” Dan is het probleem van de inkoop wel gelijk opgelost
Het pragmatisme zit er nog in! Geef mezelf een schouderklop Want er is niemand om het voor me te doen En neem nog een slok Nu lijkt het stof wat te zijn gaan liggen Alsof je een kleed eerst uitklopt Maar het nog stofzuigen moet Er begint ook kleur in te komen Als een oude stapel fotos, uit een schoenendoos Waar je met je mouw over wrijft
Ik zie mezelf al liggen “Hij heeft niet in het stof gebeten, nee, hij heeft het stof als vreemde laatste wens uit eigen wil opgedronken” Zullen ze zeggen Bij de volgende Burning Man Er zal tenminste een plechtige crematie volgen En dat stof mogen ze dan tot een biertje verwerken
Dat rotte ei! Het staat op barsten Dus, ik neem nog een slok “Kom je Fakir” klinkt het wederom Zeg het tegen mezelf Languit liggend op één elleboog Knipper met de ogen Neem voor de zekerheid nog een slok Maar zie nog steeds Die schim, als op tapijt gelegen
“Nou niet vaak” Roep ik uit beleefdheid maar eens terug (“En daar zal ook niet snel verandering in komen” Denk ik, maar niet hardop) F: “Dat dacht ik al” Zegt de tapijtveger terug I: “En wie ben jij dan?” I: “Sherlock Holmes?” Voor het kookt neem ik nog een slok, zoet inmiddels! F:”Ik ben de Fakir” I: “Oh nou! Enne, kom je, Fakir?” F: “Nee ik blijf lekker zitten” I: “Wel potverdrie” F: “Ik heb niets en niets nodig” F: “Ik leef van het stof, en de zon en de geest” F: “En die is uit de fles”
En of die uit de fles is De laatste slokken Plots: als honingdauw, als fijne wijn Als bubbels of een kriek Een zoetigheid, wat een genot Ja dat is de mystiek
Als bonen bij de honger Wordt de lege maag verwend En het aandeel goddelijk Stijgt met een paar procent
Van een onvoldoende al snel Zit ik op de tien Op roze wolk wanneer ik hoor F: “Een aalmoes dan misschien?”
Wat zal het ook, een goede deal Zo op het laatste uur Een walm bedwelmt met zoets En fris dat rotte bitterzuur
Ik ga vast liggen met de schil Van het ei in het zand Een stoffig biertje in ruil Voor mijn laatste gouden tand
Flentrop Orgel Wageningen
16-08-2024, grote kerk in Wageningen. Een verassend mengsel van orgelspel en stadsgedichten verpakt in een voorstelling van een uur. Orgelspel van Gonny van der Maten vervlochten met voordrachten van (oud) stadsdichters Martijn Adelmund, Laurens van der Zee, Ivanka de Ruijter en mij. Begeleid door een koor. Dit in het kader van Stichting Flentrop Orgel Wageningen (FLOW). In samenwerking met Janoes film producties hebben we mijn gedicht verfilmd.
Alle Registers open
Alle registers open
[een lichte orgelwind stroomt]
Een wind die waait, stroomt als de Rijn Via de Hoogstraat, over ‘t plein Langs ramen muren en straatwerk Richting de deuren van de kerk
Als tocht loopt ze daar door een kier Nieuwsgierigheid leidt tot aan hier Op de tast en met gevoel Wordt duidelijk wat is haar doel
Niet naar altaar waait de wind ‘t Is naar boven waar ‘t klimt Probeer te zien, het licht gedimd In ‘t donker lijkt of een oog glimt
Kort verstijfd m’n hart dat racet Is het de adem van een beest?
Tonen rijzen als gefluister Zicht dat went wat in het duister Door indruk niet ontluisterd Omhuld met hout, metaal een ruime
Set van buizen die verrast Maak kennis met de orgelkast Haar hoofd- en borstwerk zijn me lief Vind tevens haar rugpositief
Zie hand- en voetklavieren ‘t is me Zowaar welhaast een organisme Volg als zeiler met de wind Naar waar het ademen begint
Zie hand- en voetklavieren ‘t is me Zowaar welhaast een organisme Volg als zeiler met de wind Naar waar het ademen begint
[orgelstuk]
Mijn onderbuik die brult (toevallig) De luchtstroom leidt ons tot de balg Die blaast als longen of een hart Het leven rond zij is de start
Het hapt en haalt met grote teugen Lucht of adem, wind in vleugen Met dat gegeven wordt onthuld: Dit beest heeft zowaar een puls
Maar als zombie of machine Lijkt ze toch een lege huls
Dat leidt tot kern van de zaak Als de koning bij het schaak De ziel, het centrum van het beest Dat het van binnen levend maakt
Met een blik op de speeltafel Is het mysterie zo ontrafeld Daar zit bijna niet te missen Een vervlochten organist(e)
Iemand die in het ding leeft Aangedaan als heremietkreeft Schelp in vorm van een reeks Fluiten of trompetten Of het hol van een veenmol Dat diens geluid versterkt rond schettert
De handen spelen, dansen Over toetsen, manualen Trippelen en tasten De klavieren af bepalen
De vorm van het geluid Tenen tikken op pedalen Resoluut gericht besluit Geen sprake van verdwalen
[orgelstuk]
De keuze die is reuze ja Dus neemt U vast notitie Maar verschilt per orgel, Hangt af van de dispositie
Wip een nieuw register uit, zo Verschuift zich de windlade Kies bijvoorbeeld voor de Roerfluit Holpijp of (de) Regalen
Tremulant, Bazuin, Gedekt Ik spreek geen vreemde talen Scherp sterk, sterk discant Mixtuur of Quintadeen
Sesquialter, Octaaf, Prestant Dat houdt je op de been
Met Kromhoorn zingt het orgel Gelijk nachtegalen Orkest en dirigent inéén Genoeg voor volle zalen
En wie dat niet toereikend vindt Zonder trammelant Schakelt over op de Quint Of op de Tremulant
[orgelstuk]
Dat stroompje lucht dat is inmiddels Als een storm gaan lopen Het beest dat blaast en zingt en brult Met elk registers open
Zo waait in ‘t Wageningse Als een kleurrijk lint Harmonieus vervormd door orgel Steeds een frisse wind
Beelden op de Berg
Zomer 2024, Arboretum, Wageningen. Buhlebezwe Siwani plaatste hier een kunstwerk gevuld met geneeskrachtige planten. Dit in verwijzing naar de heksenvervolgingen in Zuid-Afrika, waarbij gebruik van kruiden werd gezien als hekserij. Met als gevolg het verlies van veel kennis rond het gebruik van planten. Ik schreef hier 3 gedichten bij.
In de jaarlijkse week van de biodiversiteit vinden er op 30 mei 2024 twee lezingen plaats van vooraanstaande professoren van de Wageningen Universiteit. Nina Fatouros (head lecturer biosystematics) neemt ons mee in het verbluffende visuele rijk van insecten fotografie, en Liesje Mommer (professor Below Ground Ecology & figurehead Biodiversity) benadrukt de onderlinge samenhang van ecologische systemen, zowel boven- als ondergronds. De lezingen leid ik in met de volgende werken.
Biodiversiteit is WTF!
WTF is biodiversiteit?
Biologisch: homeostatisch Metabolisch, organisatie Autonoom die, thermodynamisch Open loopt, In exaltatie
Zie, sowieso
Niets anders dan de Concentratie van energie, Bio Lees, tevens: Levende Wezens
Een stroom van vermogen Omgezet, verbogen In nieuwe jas gestoken Van de rovers tot microben Hopen koolhydraten Verteerd met de gevolgen Gegeten, verzwolgen, Verorbert, gedegusteerd Tot elke soort In elke vorm en maat Ge-Transmuteerd
Waar komt die energie vandaan Onder aan de streep? Wie kunnen we bedanken Wie is onze held met cape? Bacterie, plant of chloroplast? Komisch draagt licht zwaarste last Was zij er niet, konden we fluiten Ster met energie van buiten Zonlicht transmuterend Snoept zo elk wezen Haar vruchten consumerend Van Fotosynthese
Slim of sluw, zo U het wenst We draaien de vraag om Strijken het vraagteken Zo is deze niet meer krom Bio-diversiteit is WTF! Met een uitroepteken Wezenlijke Transmutatie van Fotosynthese!
Soorten Rijkdom
SoortenRijkdom
Later wil ik rijk worden
Een overvloed aan spullen Een groot huis, met een zwembad En een wagen die kan brullen
Zo werk ik me de pleuris Koop in supermarkt ‘t goedkoopste Om groot geld, kapitaal, waarde En welvaart op te hopen
De brieven, munten, cijfers Op bank stapelen zich op Doel heiligt de middelen Omgeving op de schop
Ze wordt voor de kar gespannen Os onder het juk Gekneveld en gebonden Kan op niet meer mijn geluk
Later zal ik rijk worden Dat beloof ik U Rijk rijk rijk Maar als pas later, wat dan nu?
‘t Is ietwat bijzonder Maar ik behoor al tot de rijken Bevind me er reeds onder Hoef slechts om me heen te kijken
De Plantae en de Fungi Vaak in zicht staan ze te prijken Monera en Protista uitvergroot Ook te bereiken
En tot slot wat hoogtepunt In de Latijnse taal is Met microscoop op lens het oog Gedrukt van Animalis
Met diversiteit, overvloed En kennis onder norm Voel ik me soms overspoeld Door soorten rijk dom
Maar Sensatie blijft het keer op keer Als vieren van; traktatie Wanneer ik met taxerend oog Alweer nieuwe taxa zie
Krekels kraken en cicades Diep in nacht; ‘t holle Brullen kikkers en ook padden Bonken de veenmollen
Microben en vleermuizen ‘s Daags bijen, vlinders, buizerds Valken, vinken, tot in honderd Poten of de duizend
Alles bij elkaar loopt het Op tot in de miljoenen Miljarden, met een dikke knip Als pseudo-schorpioenen
Één ding weet ik zeker Later wordt ik gillend rijk Sjirpen vogels vrolijk Schieten paddo’s uit het slijk
Uit zand of klei of uit het leem Uit löss of uit graniet Dat soort rijk strijk ik Graag op als verdienste
Een paradijs op aarde Door velerlei bewoond Dat is een rijk-rijk rijk Zo wordt U rijkelijk beloond
Heropening Renovatie Stadhuis Wageningen
De stad Wageningen groeit. In het stadhuis wordt hard gewerkt om die ontwikkeling bij te benen en in goede banen te leiden. Eind 2024 is het stadhuis met oog voor circulariteit, ontmoeting en hybride werken opgeleverd. Samen met burgermeester Floor Vermeulen mag ik de heropening inleiden.
Tussen Komen en Gaan
Tussen komen en gaan
Wageningen? waar ligt dat dan?
Ik, ken het echt maar slecht
Ah, je komt er langs tussen het gaan
Van Nijmegen naar Utrecht
Met landbouwschool
Van boerenzonen, internationals
Het is daar toch een komen en gaan
Van heb ik jou daar, ja niet mals?
Maar tussen komen en het gaan
Blijft meer plakken dan vertrekt
Als stalagmiet of stalactiet
Vormt zich een groeiend’ stek
De aanwas is behoorlijk
Te midden van het groen
Met Uiterwaarden, Betuwe,
Hooilanden, veel te doen
Snelstgroeiende gemeente
Bedoel niet landbouwefficiëntie
Maar de plakkende bewoners,
Met weltevreden referentie
‘t Stadhuis beweegt zich mee
In deze verwoede stroom
Hybride of flexibel
Dat is nu de nieuwe norm
Uit huis in uwe nachtjapon
Of trainingsbroek kunt U
Naast yoga, lunchen met gezin
Ontspannen naar werk toe
Is de keuze naar kantoor
Te komen of te gaan
Dan leidt de nieuwe inrichting
Dat in een goede baan
Want zie je elkaar soms
Dan heb je meer om bij te praten
Ontmoetingsruimtes tussen groen
In jungles wordt vergaderd
Verbinding blijft in stand
Gesprekken op vers meubilair
Houden de kringen, cirkels warm
Da’s duurzaam, circulair
Maar is dat komen, gaan
Teveel, en wil je er van tussen
Dan zijn er kamers die speciaal
Geluid, lawaaien sussen
Stilteruimtes, belcellen
Te midden van dit bos
Als ging je zondags wandelen
Of uit op stalen ros
De focus pakken, zit
Geconcentreerd zonder gestoord
Te worden, en versta je aan
De lijn toch elk woord
Zo werk je voort aan onze stad
Die groeit dusdanig gauw
Dat deze uitblinkt naast in land-
Haast ook in stedenbouw
En blijf je tussen komen, gaan
Met hetzelfde gemak
Plakken, kleven, hangen
Als bewoners in de stad
Cultureel Café Loburg
Hoe schrijf je dan als stadsdichter? Waar begin je met je teksten? In het alledaagse ligt de mooiste inspiratie. Zo zit je in de bus, al schrijvend, en ontvouwen zich werkelijk absurde gebeurtenissen. Je aanschouwt een voor jou nieuwe kunstvorm die je meevoert naar een wereld van draken en ridders. Precies onder je zitplek vliegt intussen de bus in brand! Een open houding kan de vonk zijn voor inspiratie en leiden tot een brandend vuur van creativiteit.
Rokend Rubber
Rokend rubber
Ik stap in de bus op Ede-Wageningen Daar beginnen de zinnen te stromen Dus ik klus wat, laat het komen Met pen op papier Maak rustig plezier
Door de oortjes bonken beats Buiten blocknote zie ik niets Als de flits van iets De aandacht ontwricht Ik zwicht:
“Is dat tegen stress?” “Of om iets te maken?” Opgelicht krijg ik les Over draken kneden Dolken smeden van gum Vormen van het middel Als m’n woorden op de drum Het heeft wat weg van Ditto Dat is een Poké-mun Terwijl hij hem Verandert in een dolk in een draak Snijtanden in de bovenkaak Z’n handen dansen met een grote vaart Ja ze huppen Plaatharnas of schubben Acht plakjes dik lubbert Die vormeloze klont Als vette boter in het rond Terstond ontstond Alsof hij film verstond Een lijn met beelden Door de gum waarmee hij speelde
“Bedankt dat je je passie deelde” Geef hem nog een hand Hij stapt uit de bus Met de geur van “brand?”
Ben ik in die fantasie beland? Draken braken vlammen Laten achter blaren en schrammen Ame-hoela Dat is wat ik bedoel ja Spoel naar m’n schrift Inspiratie op netvlies gebrand In geheugen gegrift
Dicht steekwoorden Nog steeds storen De geuren van smeulend rubber Verstikkend Ze doorboren, prikken Als speer in de holtes
Neusvleugels Het is duivels Ik duizel
Bus aanbeland Op het busstation Ik wil uitstappen Maar keer me toch nog om Om informatie te delen Met chauffeur Hij rook het zelf ook Eenmaal buiten Zien we hoe hele Grijze wolken zich smeden Linksachter Dat zijn geen beste tekenen Klep open Dynamo staat in levende lijve
In lichte laaien Vlammen likken of aaien Hij blaast nog maar ze waaien Weer aan
Één probleempje Geen blusser aanwezig Hij belt de firma Ik 112, de Brandweer Wanneer
Onstuimig trekken van de wind Begint, alsof je “nee” zegt tegen een kind Dat je van alles wil beloven Om eigen bestwil De vlammen uit te doven
Tot slot kijk ik nog even om de hoek En realiseer Ik zat precies linksachter Zeg gedag en dan ga ik weer
Plant 4 Daagse
Vergroeningsinitiatieven zijn er volop in de stad Wageningen. Jaarlijks worden deze evenementen gebundeld in de Plant 4-Daagse. Dit jaar staat de opening van klimgroen tegen het stadhuis, en de opening van de door bewoners vergroende Riemsdijkstraat op het program. Daar moet een ecologisch geörienteerde stadsdichter wat mee.
Hip-Hop
Hip-Hop
Die tegels, wip ze op Daar knap je van op Daar staat nu de hop Klimt tegen gevel op Tot de nok, tot de top Rolt als drop-veters Af uit wortelstok Met meters
Alle uren van de klok Langs de muren van het blok De hoogte in Ook blauwe regens Maar ik heb zin In de hop
Want dat is hip, nog steeds Daarmee brouwt men IPA’s Met gerst en mout, in wezen Op een steen-worp In dit dorp, of deze stad Brouwerij het Rad Van Wageningen Indian Pale Ale’s, of Pils Voor ieder wat wils Het bier dat maakt je speels En laat je zingen
Humulus lupulus
Houd me van de domme
De ogen vertroebeld een loep Komt wel van pas Zie alles dubbel diffuus, als hoemoes linke soep, beschonken verknipt dus nu een coup de luxe, niet pluis Tong wel wat versoepelt, plus Ze verzoeken me op te hoepelen Roep, toeterend tot fust met gebalde vuist: Ik ben er in ge- Humulus Lupuluist
Hopbellen
Over praten met planten Hoor je mensen soms vertellen Ik vond dat maar wat raar maar Zie nu toch echt de hop-bellen
Hip-Hop?
Drie elementen:
In groen graffiti aan de muren Ik heb die tekst voor uren Nu enkel nog breakdance Om tegen hip-hop aan te schuren
Riemsdijkstraat
Kiemrijk Alvorens we beginnen Zitten we goed? “Riemsdijkstraat”? Ik zweren dat Uw voet nu in het “kiemrijk” staat
Tiptop Tip top in orde Met die klinkers en plavei Kinderkopjes, tegels Beton uit cement brei We bouwen onder tenen Recht zo die gaat Met klauwen leggen stenen Vlechten die straat
Mobiliteit Zo maken we een vlak voor wielen Om te rollen met gemak, mobielen Sjezen, lage weerstand, door de stad Met fiets, scooter, auto, op pad Over basalt, asfalt, verharde lagen Met steps, rollator, kinderwagen Soepel als sjoelen, racen Boards, rolstoelen, skates de Wegen over Schone straten Overigens; Makkelijk schoon te vegen Rommel en troep Met borstels en bezems Opeen van de stoep En is dat nog niet genoeg, Wel verruk Resterend smeer spuit je weg Met hoge druk
Robuust Én; weerbarstig; in strijd Tegen verandering Versteend in de tijd Als rots in de branding,
Wonen Dus; we stapelen blokken Als torens, tot muren Vier nu voor jou En vier voor je buren Vrijstaand, of complex Van appartementen Flats, en kantoren En winkels daar slenter je Op stenen Langs stenen Én de laatste mode In containers Van stenen Verplaatsen we, wonen We samen, dat heet dan of heten Mits groot genoeg De stapel van stenen Een stad of steden
Wauw Naast mobiel, te verschonen Of om in te wonen Levert beton niet alleen “wauw” Niet altijd prijs Maar ook het grauw En ook het grijs
Onbevoegd Want, hoe onveranderlijk Ze soms ook lijkt Wie lang genoeg kijkt Ziet dat ze vergruist Scheurt, splijt Wordt poreus, Als botten, ‘t is heus Brokkelt af door de tijd
Kierkiem Daar in die spleten Poriën scheuren Daar in teloorgang In gaten en breuken In verval prijkt een lampje Daar schittert groen licht Twee blaadjes sterk Dat groeit en het richt Zich op in brokstukken Ruïnes en puin Zich op aan het drukken Met worteltjes fijn
Ontwikkeling In contrast met gesteente Vanaf de winter Ontwikkelt ze, kiemt ze, Komt boven Zwelt op in tig Van knopen, ogen Beweegt, begint Uit te lopen Ontwaakt uit oksels, kronen Of rechtstreeks uit hart Met smart wachten we Maart af, tot ze weer leeft en voedt Groeit en bloeit Inspireert, verrijkt Kleurt en boeit
Habitat Van steen onderscheiden Wordt ze sterker door tijden Verhout, als stam of bast Verzorgt habitat Voeding en ook woning Veroorzaakt de vertoning, Van een Organische stad Tussen tak en blad; Luizen, spinnen, pissebed Soldaatjes, vlinders, internet Een web van taxa in relaties Organisch ontstaan een paar niches, innovatief die zich laten benestelen, bekruipen, insecten die bedruipen Zich ermee, Gezoem op drift, gevel beeft, Bijen kolken als donderwolken Van de bloesem die ze geeft
Waterbalans En, mét een goede aarde Helpt ze bij water- overlast, want ze infiltreert, verdampt, breekt de druppels, houdt ze vast Zo reguleren planten Met een bodem, ook vol leven, de kringloop van grondwater, wolken, en dan ook weer regen
Hittestress Als sponzen, En Masse Houden stenen warmte vast van de zon z’n lichtstralen in winter, wel aange- naam, maar ‘s zomers dan worden we aangedaan Hulpdiensten schieten in de bres De zon die schittert; Hittestress
Climate control Airconditioning, Climate control Fotosynthetische parasol Hoogst efficiënte zonnepanelen; Want het zijn multi-funcitonele Die energie verdelen In voeding voor de bodem, Damp koelt, wordt wolken Plus gebroken Zonlicht, habitat En ook de bloemen Die nu kolkend wit, roze, geel Lente laten zoemen; in April Dus ook schoonheid, beleving Niet vergeten, zingeving Je krijgt zin in dingen Met ver-bin-ding-en Tussen mens, plant dier Laat het indringen Om met je kont in te rollen Maar liever niet die hondendrollen [herhaling] Airconditioning, Climate controle Fotosynthetische parasol de Hoogst efficiënte zonnepanelen; Want het zijn multi-funcitonele
Sierfruit De zon hoger, de dagen langer Tot in de zomer in plaats van de bloemen daar de bessen hangen Niet enkel vogels vieren Maar óók de mensendieren Gat in de lucht Zo gaat ze hand in hand Een plant, om de vruchten én te sieren
Wip-op Wip op, die tegels En die stenen en plavei Ga heen met dat beton Zet je tenen in de brei Van zwarte aarde Wees niet nerveus Ook je vingers en je neus Vergroot de waarde In je buurt, Van dat waar je dagelijks naar tuurt
Riemsdijkstraat Een straat met Gemeentelijke monumenten Daar slenter je Op stenen Langs stenen En een paar bomen Gehavende robinia’s, een trooste- loze boel, maar dan, bewoners op de stoel van kapiteins Het roer gaat om We gijpen, Geen kapseizen, Met gemeente in conclaaf, om tafel In een jaar wordt ontrafeld, De puzzel, gaan banden er als stukjes in Ook de aarde, min De planten Die taak voor bewoners van de Riemsdijkstraat, die zij laten floreren Met p9’s om het tij te keren En welke, op zijn beurt, hen opfleurt Doet opbloeien Gezamenlijke plannen, Uit mouwen met de handen Niet te vermoeien Collectief, bemoeienis Interactie in de wijk Dat is niet mis Samen handen in het slijk Boter bij de vis
Bankwezen Met planten, bomen, En de bodem, onder-ons Boven-, en onder-gronds In wezen, verbindt ze zo Een stad, van wezens Met minstens, 25 plantensoorten, Ik heb ze hier paraat Verbindt het ook bewoners, Met een bankje op de straat Tijdens of na het harde werken In het park van perken Met koffie en met taart Om samen aan te sterken
Straatinternet Als glasvezel, modems In de bodems Of wortels, schimmeldraad In een web, inderdaad Door de gronden, Zijn lijntjes nu verbonden Internet van de straat
In verband De beste stuurlui, aan de kant Bewoners aan het roer nu Ironisch, of komisch, door Bestrating in verband
Gespuis Pleur die keien er maar uit Bel naar de gemeente Die gaat banden aan en sluit op, de rest van het gesteente
150 jaar Hotel Wageningsche Berg
Hotel de Wageningsche Berg is wijd bekend, mede door het waanzinnig panorama dat het terras en sommige kamers bieden over de Nederrijn en haar Uiterwaarden. Maar het hotel kent een rijke geschiedenis. Niet alleen staat het op de rand van waar smeltend ijs de torenhoge *ahum* Wageningse Berg opgestuwd achterliet, het hotel is ook door bliksem gevat, bezet, gesloopt en tot drie maal toe herbouwd. Gelukkig liep de ontploffing van een crême brulée brander in 2021 wel met een sisser af. Gefeliciteerd met het jubileum! Oh en U kunt ook, languit in de Jacuzzi.
Op het Randje
Wat overblijft
Op het randje van Veluwe Langs de sporen van de tijd
Het water als bevroren torenstapels Hoog het ijs
Stuwt de bodem op en voorts, nu Dat wat overblijft Een berg (op het randje) De millennia zo om
Gesmolten met de jaren Natte sneeuw voor de zon
Hotel-keten
Op het randje, als rots
In de branding van de tijd Weerhoudt zich vast, weerbarstig Weder opgebouwd na strijd
Gastvrij in bedrijf Dit statige verblijf
No I gevat door bliksem No II in vlam geschoten No III gesloopt No IV de dans ontlopen
Op het randje, dan van crème brûlée Een haar na van revolte
Het zoets van deze plek
Nét niet tot karamel versmolten
Zo zet zich op het randje voort Als was een fort gezeten
Een anderhalf eeuw lange Hotel-conferentie keten
Hoogtepunt
Voor klimmers en de klauteraars Te midden van de Alpen haast Wie durft te wagen om te winnen Op het randje van de dingen
Wringt zich steil langs de hellingen Tot de top en is dan binnen:
Hoogtepunt van Wageningen
Opgekrikt
Tussen Veluwe diens zoom En van Neder-Rijn haar stroom Uit Oosten met het ochtendgloren Schijnt de zon haar zonnesporen Langs stadion, de watertoren Om zich in haar hart te boren
Dat krikt op je humeur, met Vaste prik, haar weidse blik, en de buitenlucht, en -geur
Wereld aan je …
In restaurant of je pyjama aan de ramen Panorama Starend naar de Uiterwaarden
Als met de wereld aan je
Voeten, langs rivier met je tenen over mos Van arboretum of het bos Of bestierend stalen ros
Fitness
Mik stress
De deur uit met Fitness
Duw al het gekwel
Van U af met dumbell
Niet moeilijk
Wie rond raast,
Gevat door druk Onthaast hier ontspant, landt Ge-makkelijk
Languit
In de Wellness vind U Stoombad, sauna (Fins), nu Tel dus uit Uw winst Hoewel, het hoeft niet U kan ook languit In de Jacuzzi
Wat U wil
Wat u geschiedt? Een luxe suite Met bad en licht, Balkon, Rijnzicht
Kijk uit!
Kijk uit, over de Rijn Daaromheen de landerijen Iets om ver naar uit te kijken
Maar kijk uit!
De tijd raakt zo verstreken Uren, dagen, weken Raak er niet op uitgekeken
Vorderend wordt dat staren Weken maanden jaren Overweldigend tijdig
Zijn het er zo honderdvijftig
4 mei, nationale dodenherdenking
Op 4 mei 2024 worden opnieuw de slachtoffers van de tweede Wereldoorlog en andere oorlogen wereldwijd herdacht. De spanning door lopende conflicten is dit jaar weer merkbaar tijdens de Stille Tocht in Wageningen. Wat betekent het herdenken, jaar in en jaar uit, eigenlijk voor mij? Is het een kans om zaken anders te bekijken, om dingen anders te gaan doen? Als het bij denken alleen blijft, hoe garandeert dat dan het voorbestaan van de vrijheid die we genieten, van waaruit ik ook dit werk mag schrijven? Het besef van onnodig verlies in het verleden wijst tevens op de plicht om ook voor volgende generaties weer een goede basis neer te leggen, te planten. Voor het creëren en behouden van een veilige, vrije en fijne omgeving hebben we allemaal een soort van herplantplicht.
Herplantplicht
Herplantplicht
Herdenk Hervoel Herleef
Ontzet Ontzag Ontheemd
Ontdenk Ondenkbaar Denk om
Herzie Herbepaal Hervorm
Herschep Herbereken Heroverweeg
Herdenk Hervoel Herleef
Geen geluid Maar gevoel Beelden
Stippel uit Bedoel In stilte
Ontsluit Ontwricht Ontspruit Ontsteek
Kaarslont Aan horizon Fraai licht
Zaai Toekomstzaden Herplantplicht
Melting Pot
Wageningen bruist van diversiteit. Nationaliteiten, ethniciteiten, culturen, leeftijden, inkomens, identiteiten. Soort zoekt soort, en zo ontstaan er ook op diverse plekken toch bubbels. Melting pot is een evenement die de interactie tussen deze bubbels, en het samensmelten daarvan bevordert. Bezoekers krijgen een willekeurige plek toegewezen aan lange tafels in de Grote Kerk om met mensen buiten hun bubbel een maaltijd te delen, onder het genot van inspirerende optredens en interactieve opdrachten.
Wageningen, Melting Pot
Wageningen, Melting Pot
Or, bubble full of bubbles
Afloat in the vast Netherlands
Alone like a space shuttle
City of freedom, liberated from
Most of human troubles
Nearly 80 years of peace that were
Built up amongst the rubble
Attractive? “yes!”, her population
Growing like a stubble
Within a couple years
Who knows it may as well be double
I see new families, young mothers
And since greenery
It’s scenery covers
Among them many nature lovers
With University in town
That now on own campus stands
A new bubble took its shape
With scientists and with students
Drawing in a crowd, that now
Surely complements
Those who came before:
Original inhabitants
Throughout Binnenstad, Centrum
Nude, Noordwest
Wageningen Hoog,
Beneden- Bovenbuurt, the rest
Wageningen, bubble,
With a permeable wall
With people from all over
That is international
A bubble, not an island
Welcoming those who seek asylum
Fleeing from a raging war
Seeking peace and hope
A future in a twinkling star
Or a shiny ball of soap?
A twinkling star she is there
Sparkling with an open mind
A mix of incomes, genders,
Orientations you may find
But also; ages, music tastes
Religion, where we live
The clothes we wear
Colour of hair,
The gifts we like to give
Where you were born
Dutch or foreign
Languages we speak
The way we talk
An open book?
Or only a sneak peek
Your favourite colours
And, the way you like to dance
A lone wolf, or surrounded
Maybe drowning in the friends
The people you know
Or, the things you like to do
Making art, playing sports,
Or, getting family through
With hard work daily,
That is, sweating on the grind
It’s easy to distinguish
To discern with human mind
I conclude that: “all of us differ”
In some peculiar way
Call it: “Unique”, or “weird”,
In either form yes one could say
Thus paradoxically,
strangely remarkable,
In a sense
What connects us all is our
Difference
Hence
Acknowledgement of that is key
The challenge then, through that to see
How to combine, to bridge the gaps
Synergize, find where our steps
Our paths they cross, run parallel
A story who’s part all can tell
Bubble Bath
Wageningen, bubble full of bubbles
Melting pot
Today our bubbles meet
All at the same time in one spot
From all walks of life
Meeting another on this path
In one gigantic or humongous
Call it: Bubble bath
Ice Cream Scoops
May Wageningen be a melting pot
A bubble full of bubbles
In which a mix of tastes, types,
people, cultures shuffle
Doubles, triplets, quartets
Rather not alone
Shall ice cream scoops
Droop, melting together in a cone
Cicuto or Anton-ios
Diverse lists, portfolios
Of connections and relations
Traveling new roads as if we were on a vacation
Yet at home
Melting, in that ice cream cone
A zone, with tastes that are flamboyant or anew
Try it out, perhaps more tasty than anything you knew
Lijntje Poëzie
Jaarlijks organiseren Wageningse creatievelingen in week van de poëzie het innovatieve Lijntje Poëzie. Geïnteresseerde bewoners krijgen aan de telefoon live een voordracht te horen door een dichter of lezer aan de andere kant van de lijn. Zo wordt je leven vanuit je bank, bed, eettafel of tijdens een wandeling verrijkt met dichtelijke frases! Voor de afsluiting vooraf aan de nacht van de poëzie in 2024 schreef ik het eerst lijntje poëzie voor de stad als stadsdichter.
In januari 2024 stond er een wedstrijd uit in onze plaatselijke bibliotheek (bblthk). Samen met elf andere dichtende talenten uit de stad waagden we ons aan de selectie van de volgende stadsdichter. Ik deed mee om mezelf uit te dagen en te verbinden met andere taal-fanaten uit de buurt, maar won tot mijn eigen verbazing! Een prachtige kans om deze uitingsvorm de komende drie jaar te ontwikkelen en de stad van binnenuit nog beter te leren kennen. Voor de competitie schreef ik een ode aan onze karakteristieke Uiterwaarden, die vanaf de dijk een waanzinnig beeld op de soms overstroomde randen van de Nederrijn bieden.
Oh Uiterwaarden
Oh Uiterwaarden
“Oh Uiterwaarden”
Zei ik starend naar het bruisend water
Dat kruipend aan de dijk verschenen was
Een plas alsof die er duizend dagen lang al lag
Maar, niets is minder waar
“Oh Uiterwaarden”
Nu zijn je muizen paden
En koeien met hun stuiter staarten
Door Rijn buiten kaders
Naar hoger gelegen gronden gedreven
Het mondige leven kortstondig of even
Veranderd van slag
Maar straks
Wanneer de rijzende zon
Jouw sedimenten droogt
Zoals ze ons de huid verzadigt
Bruin geblakerd
Dan komen we
Als bruisend water
Luisteren naar fluit geschater
Doorkruisen laarzen uit-gemaaide kruidenbladeren
Langs fruitgaard waar de
Varkens met hun buitenaardse snuiten vaardig
Schuiven graven om hun buit te halen
Fietsen
Op een kluit gestapeld
Om in de Rijn languit te baden
“Oh Uiterwaarden”
Ik fluister naar je
Geen duit, daalder of stuiver staat er
Symbool voor wat jij brengt
Jouw waarde: uit der mate, buiten kaders
Rotterdam
De stad waar het allemaal begon. Nou ja, de interesse voor taal door het luisteren van hiphop was reeds in het verre oostelijke Twente aanwezig, maar Rotterdam is de stad van de hiphop. Ik ging er heen om te studeren. De vele basketbalvelden op straat en rauwheid van de stad inspireerden en met eindeloze beats blazend door mijn oortjes ervaarde ik vele facetten van de stad vanuit een ritmische blik. De Maas, de stadsecologie, de artiesten en de Rotterdammers hebben een blijvende indruk achtergelaten in mijn werk.
Derek Otte
Derek Otte is mijn eerste inspiratie als (voormalig) stadsdichter van Rotterdam. De diepzinnigheid, het speelse en de nadruk op spoken-word in zijn werk inspireren om serieuze onderwerpen toch te behandelen in dichtelijke vorm zonder gelijk op Hip-Hop over te stappen. Deze is voor jou Derek!